‘Ik voelde me helemaal niet ziek. Daarom kwam het nieuws ook zo hard binnen.’ Indy Alkemade is 18 jaar als ze de diagnose Hodgkinlymfoom krijgt. Een vorm van lymfeklierkanker waar ze nog nooit van had gehoord. Inmiddels is ze 19 jaar en net begonnen aan haar behandeling: eind maart kreeg ze haar allereerste chemokuur.
Van jeuk naar een diagnose
In december kreeg Indy last van veel jeuk en bultjes. De huisarts dacht aan galbulten en schreef medicatie voor. Maar zodra ze stopte, keerden de klachten terug en begonnen de lymfeklieren in haar hals op te zetten. ‘Toen voelde ik aan alles: dit klopt niet.’
Na extra bloedonderzoek en een röntgenfoto volgde snel een afspraak met de internist. ‘Die zei vrijwel meteen: waarschijnlijk lymfeklierkanker. Maar gek genoeg voelde ik er nog niets bij. Dat heb ik niet, ik voelde me gezond. Dat past toch niet bij mijn leeftijd? En ook niet bij mijn toekomstbeeld.’
Pas een week later kwam het besef echt binnen. ‘Thuis begonnen ze te vragen hoe het echt met me ging, en toen kwam het binnen. Ik brak ineens. Ik heb toen heel veel gehuild.’
De start van de behandeling
De dag voor dit interview begon Indy met haar eerste chemokuur. Meteen een intensief schema, omdat de ziekte op meerdere plekken zit rond haar borstbeen, sleutelbenen en hals. ‘Tot gisteren voelde ik me eigenlijk nog steeds goed. Maar na de eerste kuur merkte ik het meteen. Voor het eerst voelde ik me echt ziek.’
Toch overheerst de hoop. Haar vorm van lymfeklierkanker is goed behandelbaar en de genezingskans is hoog. ‘Dat geeft me enorm veel vertrouwen, ook omdat ik er best fit in ga en niet echt klachten heb. Ik probeer daar elke dag aan vast te houden.’
Over zes weken volgt een nieuwe scan. Als de behandeling aanslaat en het grootste gedeelte van de kanker weg is, kan ze overstappen op een lichtere kuur voor acht weken. Bestraling hopen de artsen te voorkomen. ‘Er is wel een plan voor gemaakt, maar liever hebben we dat het niet nodig is.’
Praktijk vanaf de andere kant
In september 2025 begon Indy aan haar eerste jaar aan de hbo-opleiding verpleegkunde. ‘Best gek dat je ineens zelf patiënt bent,’ zegt ze. ‘Je ziet de zorg vanaf de andere kant. Ik zeg zelf ook vaak tegen mensen: de praktijk vanaf de verkeerde kant.’
De combinatie van ziekenhuisbezoeken en behandelingen maakt studeren te zwaar. ‘Mijn hoofd zit zo vol. Ik wil graag 100 procent geven, en dat lukt nu echt niet.’ Ze besloot tijdelijk te stoppen. Volgend jaar kan ze haar opleiding in hetzelfde leerjaar weer oppakken. Maar haar grote droom is om geneeskunde te gaan studeren.
Omgaan met wat komt
De diagnose heeft veel impact, ook op het gezin. Maar er samen over blijven praten helpt haar. ‘Het gekke is dat ik soms even helemaal niets voel, en soms kickt het weer even in en moet ik veel huilen. Het gaat in golven. Dat hoort erbij.’ Ze vindt veel steun bij familie en haar vriendinnen. ‘Ze maakten een soort overlevingspakketje voor mij, helemaal uitgezocht op wat ik nodig heb en mag, zo lief!’
Verder voelt Indy zich goed begeleid bij Noordwest. ‘Mijn arts, dokter van der Spek, is heel duidelijk. Geen vraag is raar en alles wordt rustig uitgelegd. Dat geeft vertrouwen, zeker in het begin als alles zo overweldigend is en je geen idee hebt wat het precies is wat je hebt.’ Ook de casemanagers helpen bij praktische zaken. ‘Ze nemen veel uit handen en ze zijn echt heel toegankelijk. Je kan heel makkelijk contact met ze zoeken via de mail of telefoon.’
De positieve instelling van Indy is goed merkbaar. Ze probeert haar energie te richten op wat wél kan. Ze leest veel, schrijft af en toe haar gedachten op en kijkt voorzichtig vooruit. Ook maakte ze de keuze om haar eicellen voor de zekerheid in te vriezen. ‘Dat gaf me rust. Alsof ik iets veilig had gesteld.’
Haar prachtige lange krullen knipte ze alvast af en doneerde ze. ‘Iemand anders kan er iets aan hebben. Dat voelt goed. Uiteindelijk raak ik het toch kwijt door de chemo.’
Eén dag tegelijk
Voor nu leeft Indy van dag tot dag. ‘Ze kunnen niet zeggen hoe ik ga reageren op de chemo, dus ik laat het op me afkomen. Dat is toch voor iedereen anders.’
Wat haar helpt? Afstrepen! ‘Ik tel de dagen. De eerste zit erop. Elke dag brengt me dichter bij beter worden.’
En er is iets om naar uit te kijken. ‘We hebben al gezegd: als ik straks twintig word en dit achter de rug is, dan geven we een groot feest. Dat houd ik in mijn achterhoofd!’
