terug naar nwz.nl
Menu

Chemotherapie

U start in overleg met uw oncoloog/hematoloog met chemotherapie. Chemotherapie is de behandeling van kanker met medicijnen, zogenoemde cytostatica. Cytostatica remmen de deling van cellen en vooral van kankercellen. Hierdoor kunnen ze niet groeien en gaan de kankercellen dood. Via het bloed kunnen cytostatica de kankercellen vrijwel overal in het lichaam bereiken.

Wanneer is chemotherapie nodig?
Chemotherapie is nodig als (uitgezaaide) kanker niet (langer) te behandelen is met andere behandelingen. Een hormoonbehandeling bijvoorbeeld, al dan niet in combinatie met radiotherapie. Chemotherapie wordt soms ook gegeven om te voorkomen dat kanker na een operatie terug komt.

Welke chemotherapie krijgt u?
Er zijn veel verschillende soorten cytostatica. Afhankelijk van uw conditie en het soort kanker, wordt voor het beste resultaat vaak een combinatie gebruikt. We noemen dit een chemokuur. Uw arts vertelt u welke chemokuur u krijgt, hoe vaak u voor de kuur naar het ziekenhuis komt en hoe lang deze duurt. In de behandelwijzer die u krijgt, kunt u alles nog rustig nalezen.

Hoe krijgt u de chemokuur toegediend?
In overleg met uw arts krijgt u de chemokuur:
  • via een infuus
  • in tabletvorm

Bijwerkingen
Cytostatica grijpen ook in op gewone (gezonde) cellen. Onder andere in het beenmerg, de mond, maag en darmen. Daardoor kunt u last krijgen van bijwerkingen. Elk cytostaticum heeft zijn eigen specifieke bijwerkingen. De bijwerkingen verschillen verder van persoon tot persoon en zijn bovendien afhankelijk van uw conditie. De gewone cellen herstellen meestal na de chemotherapie.

U krijgt van uw oncologieverpleegkundige of casemanager uitleg over de bijwerkingen die u eventueel kunt verwachten.