terug naar nwz.nl
Menu

Dikke darmkanker

Bij dikke darmkanker (colorectaal carcinoom) ontstaan tumoren in de dikke darm (colon). Zo’n tumor ontstaat meestal vanuit een poliep. Een poliep is een woekering van het slijmvlies van de dikke darm. Een enkele poliep kan uitgroeien tot een kwaadaardige tumor. Dikke darmkanker komt veel voor, vooral bij ouderen boven de 60.

Wat merkt u van dikke darmkanker?
Het hangt van de plaats van de tumor af hoeveel en welke klachten u heeft. De volgende klachten kunnen wijzen op dikke darmkanker (maar kunnen ook een onschuldige oorzaak hebben):

  • buikpijn en buikkrampen die niet overgaan
  • vermoeidheid die niet overgaat 
  • kortademigheid 
  • een (plotseling) veranderde stoelgang: verstopping of juist diarree, vaker of juist minder vaak aandrang 
  • onbegrepen gewichtsverlies
  • bloed en/of slijm bij de ontlasting

Houden uw klachten langer dan 2 weken aan? Ga dan naar uw huisarts. Uw huisarts kan inschatten of er reden is voor verder onderzoek. (Heeft u bloed bij de ontlasting? Dan raden we u aan om al eerder een afspraak te maken met uw huisarts.)

Is dikke darmkanker te voorkomen?
Dikke darmkanker is niet te voorkomen. In 5 tot 10 procent van de gevallen is erfelijkheid de oorzaak van dikke darmkanker. Soms komt dikke darmkanker vaker voor in de familie. U kunt met de huisarts bespreken of het noodzakelijk is om dit te onderzoeken. Voor niet-erfelijke darmkanker is niet één oorzaak aan te wijzen. Wel zijn een aantal factoren bekend die de kans op dikke darmkanker vergroten:

  • oudere leeftijd 
  • aanwezigheid van poliepen
  • als u eerder dikke darmkanker heeft gehad
  • patiënten met colitis ulcerosa en de ziekte van Crohn hebben een licht verhoogde kans op darmkanker: volg daarom het advies van uw arts op en laat regelmatig een darmonderzoek doen (coloscopie)


Verder lijken onderstaande leefstijlgewoontes risicofactoren (maar er is nog meer onderzoek noodzakelijk):

  • eten van veel rood vlees en bewerkt vlees (vleeswaren)
  • roken
  • overmatig alcoholgebruik
  • weinig bewegen en overgewicht